Op deze pagina vind je informatie over hoe de trainingen bij WTOS georganiseerd en gestructureerd worden. Verder zijn ook de veiligheidsregels beschreven. Bij eventuele vragen kun je altijd contact opnemen met het bestuur.


Structuur van de trainingen

Vóór de training
  • De deelnemers aan de training verzamelen 15 minuten voor aanvang op de startlocatie.
  • Vóór of desnoods tijdens het verzamelen zorgt het bestuur ervoor dat er voldoende groepsleiders zijn. Deze worden op de hoogte gebracht van de plannen voor de training en het bestuur controleert of deze groepsleiders de regels en routes kennen. Het bestuur informeert tegelijk ook de groepsleiders met wat er bij de nabespreking nog genoemd dient te worden.
  • Het bestuur verwelkomt de leden en benoemt eventueel aankomende evenementen.
  • Groepsleiders worden kenbaar gemaakt en gaan op verschillende plekken staan zodat renners zichzelf in groepjes in kunnen delen. Groepjes mogen niet groter zijn dan 8 renners.
  • De groepsleiders nemen de regels door met de groep en bespreken de inhoud van de training.
    • De groepleider vraagt wie er in de groep nieuw is en/of de route of regels niet kent.
    • De leider herhaalt indien nodig de veiligheidsregels.
    • Een indicatiesnelheid wordt bepaald.
    • Het doel en de inhoud van de training wordt besproken
  • De groepen vertrekken één voor één, van snel naar langzaam.

 

Tijdens de training
  • De groepsleider heeft altijd de leiding en geeft aan hoe er gereden dient te worden (bijvoorbeeld naast elkaar of achter elkaar).
  • De verkeersregels worden altijd in acht genomen. Rijd dus niet door rood licht. Als een deel van de groep al wel overgestoken is, wacht dan rustig tot het licht groen wordt en vervolg dan je weg.
  • Binnen de bebouwde kom en op drukkere plaatsen wordt er met een gematigde snelheid gereden.
  • Communiceer met de groep. Geef aan als er afgeslagen wordt, je je af laat zakken naar de volgende groep, etc.
  • De te rijden routes worden door het bestuur bepaald. Hier mag enkel van afgeweken worden indien de route niet te rijden is door wegwerkzaamheden, evenementen, etc.
  • In de langzamere groepen bepaalt de langzaamste renner het tempo. Er wordt altijd op elkaar gewacht. Dit geldt echter niet voor de eerste groep. Deze mag altijd doorrijden, zolang ze zeker weten dat de renner gewoon gelost is en geen materiaalpech of andere problemen heeft gekend.
  • De groepsleider let op onwenselijk gedrag en stuurt waar nodig aan. Ook zorgt hij/zij ervoor dat iedereen de veiligheidsregels naleeft. Als aanwijzingen niet opgevolgd worden, dan stopt de groepsleider de groep en herhaalt de uitleg.
  • Indien er een incident heeft plaatsgevonden licht de groepsleider het bestuur in.
Nabespreking
  • De groepsleider evalueert samen met de groep wat er goed en eventueel fout ging en wat de deelnemers van de training vonden.
  • Als de training onveilig verlopen is, leden zich misdragen hebben of er duidelijke punten van verbetering zijn voor volgende trainingen neemt de groepsleider hierover contact op met het bestuur.
  • De groepsleider herhaalt bij de nabespreking ook kort de aankomende activiteiten, trainingen, wedstrijden en borrels om renners te enthousiasmeren. De groepsleider is hiervan vooraf op de hoogte gebracht door het bestuur.

 


Veiligheidsregels

Om de trainingen zo veilig mogelijk te laten verlopen, zijn een aantal regels en richtlijnen opgesteld die deelnemers te allen tijde dienen te volgen.

  • Het dragen van een gecertificeerde fietshelm is verplicht. Zonder helm mag je niet deelnemen aan een training. Bedenk dat dit voor je eigen veiligheid is!
  • Op de openbare weg dienen de geldende verkeersregels altijd gevolgd te worden.
  • Zorg dat je materieel in orde is, dit kan een hoop onveilige situaties voorkomen. Dit betekent (onder andere) dat er doppen in de uiteinden van je stuur zitten en dat remblokjes, kabels en banden nog in goede staat zijn.
  • In de herfst- en wintermaanden is fietsverlichting verplicht.
  • Tijdrit-materieel is tijdens de normale maandag- en donderdagavondtraining niet toegestaan:
    • Wielen dienen ten minste 12 spaken te hebben. Wielen met minder spaken (bijv. tijdritwielen) kunnen een groter risico op letsel vormen bij een ongeval.
    • Een opzetstuur is niet toegestaan. Houd de handen bij de remgrepen.
  • Het meerijden in een snelle groep is je eigen verantwoordelijkheid. Indien je niet bekend bent met de route en/of nog nooit in een waaier gereden hebt, dan kan je misschien beter met een langzamere groep mee. Ee snellere groep kan altijd nog!
    • Er zijn altijd groepen met verschillende snelheden. Je kunt zelf het best inschatten welke groep je kunt bijhouden. Je kunt de groepsleiders voor een snelheidsindicatie van de desbetreffende groep. Let op: de allersnelste groep heeft de regel dat wie gelost wordt ook echt gelost is! Degene kan dan wachten en aansluiten bij het tweede groep. Bij alle andere groepen mag er niemand gelost worden!
  • Let altijd goed op je voorganger, anticipeer op wat er voor je gebeurt en communiceer met de rest van je groep.
    • Als er verkeer aan de linkerkant van de weg is (tegenliggers/hardlopers etc.), roep: TEGEN! Iedereen weet dan dat er verkeer aan de linkerkant van de weg nadert of dat wij iemand passeren die zich aan de linkerkant bevindt.
    • Als je ziet dat er aan je eigen kant van de weg iets in de weg rijdt, roep: VOOR! Iedereen weet dan dat de groep rekening moet houden met een verkeersdeelnemer die dezelfde kant op rijdt of een obstakel aan de rechterkant van de weg
    • Als je merkt dat er een auto achter de groep rijdt en kan/wil gaan inhalen: Roep ACHTER! Men weet dan dat er ruimte gemaakt moet worden om de auto veilig te laten inhalen.
    • Als er paaltjes in het wegdek staan: Roep PAALTJES! en wijs naar de grond aan de kant waar het paaltje staat.
    • Bij versmallingen van of obstakels op het wegdek, zoals gaten of stenen, geef je even met je rechter of linkerhand/arm (afhankelijk van de zijde) aan dat er iets aan komt door je arm even opzij te steken en vervolgens achter je rug om weg te draaien. Hierdoor weet iedereen die achter je rijdt dat er iets aankomt waar je omheen moet.
    • Het is erg belangrijk dat iedereen in de groep de seinen herhaalt. In groepen hoor je achterin vaak de voorste renners niet.
  • De groepsleider heeft altijd de leiding. Zijn/haar instructies dienen opgevolgd te worden door alle renners in de groep.