Veiligheid

Fietsregels

Om de trainingen zo veilig mogelijk te laten verlopen, zijn een aantal regels opgesteld die deelnemers te allen tijde dienen te volgen:

1. Het dragen van een helm is verplicht. Zonder helm mag je niet deelnemen aan een training. Bedenk dat dit voor je eigen veiligheid is!

2. Zorg dat je materieel in orde is; dit kan een hoop onveilige situaties voorkomen. Dit betekent (onder andere) dat er doppen in de uiteinden van je stuur zitten en dat remblokjes, kabels en banden niet al te veel versleten zijn.

3. Tijdrit-materieel is tijdens de normale maandag- en donderdagavondtraining niet toegestaan:

– Wielen dienen ten minste 12 spaken te hebben. Wielen met minder spaken (bijv. tijdritwielen) kunnen een groter risico op letsel vormen bij een ongeval.

– Een opzetstuur is niet toegestaan Houd de handen bij de remgrepen.

4. Let altijd goed op je voorganger, en anticipeer op wat er voor je gebeurt.

5. Geef signalen door aan de renners achter je

– Als je ziet dat er een tegenligger aankomt: Roep TEGEN! Iedereen weet dan dat er verkeer in tegengestelde richting (aan de linkerkant van de weg) de groep nadert.

– Als je ziet dat er aan je eigen kant van de weg iets in de weg rijdt: Roep VOOR! Iedereen weet dan dat de groep rekening moet houden met een verkeersdeelnemer aan de rechterkant van de weg.

– Als je merkt dat er een auto achter de groep rijdt en kan/wil gaan inhalen: Roep ACHTER! Men weet dan dat er ruimte gemaakt moet worden om de auto veilig te laten inhalen.

– Als er paaltjes in het wegdek staan: Roep PAALTJES! en wijs naar de kant waar het paaltje staat.

– Bij versmallingen of obstakels op het wegdek, zoals gaten of stenen, geef je even met je rechter of linkerhand/arm (afhankelijk van de zijde) aan dat er iets aan komt door je arm even opzij te steken en vervolgens achter je rug om weg te draaien. Hierdoor weet iedereen die achter je rijdt dat er iets aankomt waar ze rekening mee moeten houden.

6. Volg alle geldende verkeersregels en rijd niet door rood licht. Als een deel van de groep al wel overgestoken is, wacht dan rustig tot het licht groen wordt en vervolg dan pas je weg.

7. Niemand rijdt alleen naar huis terug omdat hij of zij het tempo niet aankan. De langzaamste renner bepaalt het tempo.

8. Het meerijden in de snellere groepen is je eigen verantwoordelijkheid. Indien je niet bekend bent met de route en/of nog nooit in een waaier gereden hebt, dan kan je misschien beter met de langzame groep mee. De snellere groepen kunnen altijd nog!

9. Langs de trainingsroutes komt men langs een aantal gevaarlijke dan wel onoverzichtelijke verkeerssituaties. KLIK HIER voor een overzicht van deze locaties.